Er komt bij vrijwel elk bedrijf in Kennemerland een moment waarop de website technisch in orde is. De teksten kloppen, de snelheid is goed. En er beweegt tóch niets in de zoekresultaten.
Wat je niet op je eigen site kunt regelen
Dat is een frustrerend punt, want alles wat je zelf in de hand hebt, heb je gedaan.
Wat er dan ontbreekt is het enige onderdeel van vindbaarheid dat je niet op je eigen site regelt: dat andere websites naar je verwijzen.
Google gebruikt die verwijzingen als graadmeter voor of een bedrijf serieus genomen wordt in zijn vakgebied en zijn regio. Is er buiten je eigen site nergens iets over je te vinden, dan blijf je hangen onderaan de eerste pagina.
In een regio als deze merk je dat extra. Met Haarlem als middelpunt en veel gevestigde bedrijven met een lange geschiedenis. De partijen boven je staan daar vaak niet omdat hun site beter is, maar omdat ze al twintig jaar overal genoemd worden.
Vermeldingen die voor het oprapen liggen
Het goede nieuws is dat je daar iets aan kunt doen. En dat het minder duister werk is dan de term doet vermoeden.
Het gaat niet om links kopen of om trucs. Dat werkt niet meer, en het levert je in het gunstigste geval niets op.
Het gaat om de plekken waar je bedrijf logischerwijs genoemd hoort te worden en waar dat nu niet gebeurt. De brancheverenigingen waar je lid van bent. De leveranciers wier producten je verwerkt. De opdrachtgevers die trots zijn op wat je hebt afgeleverd. De lokale nieuwssite die over je uitbreiding schreef.
Bij vrijwel elk bedrijf dat langer dan vijf jaar bestaat, liggen daar tien tot twintig vermeldingen voor het oprapen. Meestal omdat niemand er ooit aan gedacht heeft, niet omdat iemand nee heeft gezegd.
Een mail sturen kost je een middag, en het resultaat blijft jarenlang staan.
Zo werk ik voor bedrijven in heel Kennemerland, van Haarlem tot Beverwijk, en voor klanten die ik nooit persoonlijk ontmoet.




















