Het Gooi is geen gemeente maar een streek. Dat maakt het voor een ondernemer verwarrender dan het lijkt.
Niemand zoekt op een streeknaam
Je werkt in Hilversum, Bussum, Naarden, Laren, Blaricum, Huizen en Weesp. Je klanten noemen dat gebied gewoon het Gooi. Maar in een zoekmachine bestaat die naam veel minder sterk dan je denkt.
Mensen zoeken zelden op een streeknaam als ze iets nodig hebben. Ze zoeken op hun eigen woonplaats, of op de dienst zonder plaatsnaam, en laten hun telefoon de rest doen.
Het gevolg is een reflex die ik bij vrijwel elk bedrijf met een regionaal werkgebied tegenkom. Er wordt een pagina gemaakt voor elke plaats waar men werkt, allemaal met dezelfde tekst en alleen de plaatsnaam verwisseld.
Dat voelt grondig. Het is de snelste manier om je eigen vindbaarheid te ondermijnen, en het kost je een week schrijfwerk die je nooit terugziet. Ik heb bedrijven gesproken die er twaalf hadden staan en zich afvroegen waarom er niets gebeurde.
Acht pagina’s die elkaar beconcurreren
Het probleem is dat zoekmachines zulke pagina’s als varianten van hetzelfde behandelen. In plaats van één sterke pagina heb je er acht die elkaar in de weg zitten.
De waarde die je opbouwt wordt over acht adressen verdeeld. Welke er getoond wordt is een gok die vaak verkeerd uitvalt.
Wat wél werkt is een doordachte opbouw, waarin duidelijk is wat je hoofdonderwerpen zijn en elke pagina een eigen reden van bestaan heeft.
Een plaatsnaampagina maak je alleen als je er echt iets anders te vertellen hebt. Een ander soort klant, een andere dienst, een concreet project daar.
Voor de rest van je werkgebied is één goede pagina die je regio natuurlijk benoemt aantoonbaar effectiever dan acht dunne. En hij is bij te houden. Dat weegt zwaarder dan mensen denken: acht pagina’s die verouderen, verouderen allemaal tegelijk.
Zo werk ik voor bedrijven door heel het Gooi, en voor klanten die ik nooit persoonlijk ontmoet.




















