Amstelveen is een van de weinige plaatsen in Nederland waar de vraag naar een meertalige site een volmondig ja krijgt. Een aanzienlijk deel van de inwoners spreekt thuis geen Nederlands.
Hier speelt de taalvraag wél
Internationale werknemers, gezinnen die hier tijdelijk wonen, mensen die na een paar jaar besluiten te blijven. Voor de ondernemers hier levert dat een reële keuze op die elders zelden speelt.
In de meeste plaatsen raad ik een tweede taal juist af. Het onderhoud blijft in de praktijk liggen, en een verouderde vertaling schaadt meer dan hij oplevert.
In Amstelveen ligt dat anders. Leest een substantieel deel van je klantenkring alleen Engels, dan is een Nederlandse site geen keuze maar een beperking.
De vraag is dan niet óf, maar hóe. En daar wordt vaak de verkeerde afslag genomen. Met een automatische vertaalknop bijvoorbeeld. Dat levert het slechtste van twee werelden op: teksten die niet kloppen, en geen enkele winst in vindbaarheid.
Eerst vaststellen of het nodig is
Wat ik in zo’n geval doe is uitzoeken welk deel van je klanten het werkelijk nodig heeft. Dat bepaalt of het de moeite waard is.
Is het de moeite waard, dan doen we het goed. Een echte vertaling in plaats van een automatische. Een eigen adres per taal, zodat zoekmachines begrijpen welke pagina bij welke taal hoort. En de afspraak dat beide talen bij elke wijziging worden bijgewerkt.
Dat laatste is de belangrijkste voorwaarde, en tegelijk degene die het vaakst wordt gebroken.
Is het de moeite niet waard, dan zeg ik dat gewoon. Die tijd investeren we dan in een Nederlandse site die zo helder is dat iemand met matig Nederlands hem ook kan volgen.
En als het niet nodig is, zeg ik dat ook. Een tweede taal die je een jaar later niet meer bijhoudt, kost je meer vertrouwen dan hij ooit heeft opgeleverd.
Zo werk ik voor bedrijven in Amstelveen, in de rest van Amstelland en voor klanten die ik nooit persoonlijk ontmoet. De volgorde is altijd dezelfde: eerst vaststellen of het nodig is, dan pas bouwen.




















