Bergen trekt bezoekers die niet allemaal Nederlands spreken. Duitse gasten die al generaties naar deze kust komen, Engelstalige bezoekers via Amsterdam, en steeds vaker mensen uit andere delen van Europa die hier een week huren.
Moet mijn site meertalig zijn?
Voor ondernemers die het deels van die groep moeten hebben, is dat een reële vraag. Er wordt zelden goed over nagedacht.
Het antwoord is vaker nee dan mensen verwachten. Dat is goed nieuws, want een tweede taal onderhouden is duurder en bewerkelijker dan het lijkt.
Wat wel altijd nodig is: je site moet begrijpelijk zijn voor iemand die het Nederlands niet vloeiend leest. Dat is iets anders dan vertalen. Korte zinnen, gewone woorden, en de praktische informatie in beeld zonder dat je een alinea hoeft te ontcijferen.
Ik zie hier sites die alles in vier talen aanbieden, en waar een Duitse gast alsnog niet kan vinden of de zaak open is. Dat is precies de verkeerde volgorde.
Eerst begrijpelijk, dan pas vertalen
Wat ik in zo’n geval doe is beginnen bij de vraag welk deel van je omzet werkelijk uit anderstalige bezoekers komt. Is dat genoeg om een tweede taal te rechtvaardigen?
Is het antwoord ja, dan doen we het goed. Een echte vertaling, geen automatische, met een eigen adres per taal zodat zoekmachines begrijpen wat bij elkaar hoort.
Is het antwoord nee, dan investeren we die tijd liever in een Nederlandse site die zo helder is dat iemand met matig Nederlands hem ook kan volgen. Dat kost niets extra en het helpt bovendien je Nederlandse bezoekers.
Verder let ik op de praktische kant. Je adres, je openingstijden en je telefoonnummer moeten zonder taalkennis vindbaar zijn.
Zo werk ik voor bedrijven in Bergen, in de rest van de gemeente en voor klanten die ik nooit persoonlijk ontmoet. Eerst zorgen dat iedereen je begrijpt, dan pas nadenken over vertalen. Dat scheelt je vaak een tweede site die je toch niet bijhoudt.




















