De meeste IT-sites zijn geschreven door techneuten voor techneuten: een opsomming van technologieën, certificeringen en drieletterige afkortingen. Maar de beslisser is zelden een techneut. Het is een ondernemer wiens systeem elke maandag traag is, een directeur die niet weet of zijn back-ups werken, een manager die al drie jaar met een spreadsheet werkt die eigenlijk software had moeten zijn.
Die beslisser leest je site en snapt er niets van. Hij belt het bedrijf dat zijn probleem in gewone taal beschrijft, ook als dat bedrijf technisch minder kan dan jij.
Begin bij het probleem
Niet “wij leveren managed services” maar “je medewerkers kunnen niet werken als het netwerk eruit ligt, en dat gebeurt te vaak”. Niet “cloudmigratie” maar “je bestanden staan op een server in de kast die ouder is dan je jongste medewerker”. Per dienst eerst de situatie waarin de klant zichzelf herkent, dan pas wat je doet.
Bewaar de techniek voor wie erom vraagt
De techneut aan de kant van de klant wil op een gegeven moment weten met welke systemen je werkt en hoe je beveiligt. Geef hem een eigen pagina, achter de uitleg voor de beslisser, niet ervoor. Meer hierover lees je bij uitleggen wat je doet zonder jargon.




















