De site van een grafisch ontwerper is bijna altijd mooi en bijna nooit overtuigend. Een raster met werk, een klik naar een grotere versie, soms de naam van de opdrachtgever. De bezoeker ziet dat je het kunt, en weet daarna nog steeds niet of jij de juiste bent voor zijn probleem.
Want een opdrachtgever koopt geen mooi plaatje. Hij koopt een oplossing voor iets wat niet werkt: een huisstijl die niet meer past bij waar het bedrijf naartoe gaat, een verpakking die in het schap niet opvalt, een jaarverslag dat niemand leest.
Vertel per project het verhaal
Wat was de vraag, wat was het probleem erachter, wat heb je gekozen en waarom, en wat leverde het op? Drie alinea’s per project, met het werk erbij en waar mogelijk een zin van de opdrachtgever. Dat is het verschil tussen “kijk wat ik kan” en “kijk wat ik voor jou kan”.
Kies streng: tien casussen die precies laten zien wat je het liefst doet, zeggen meer dan honderd losse beelden.
Laat het werk in context zien
Een logo op een wit vlak zegt weinig; een logo op de bus, de gevel en de website van de klant laat zien dat het werkt. Toon het werk zoals het in de wereld staat. Meer hierover lees je bij je portfolio laten zien zodat het opdrachten oplevert.




















