Een training is een belofte. De deelnemer betaalt vooraf voor iets wat hij pas achteraf kan beoordelen, en hij beslist op basis van wat hij denkt dat het hem gaat opleveren. De meeste trainingssites beschrijven het programma: dagdeel één, dagdeel twee, de onderwerpen, de werkvormen. Dat is wat je doet, niet wat de klant krijgt.
De klant wil weten wat hij na afloop anders kan, anders doet of anders weet. Dat is de zin die bovenaan elke trainingspagina hoort.
Begin bij de situatie van de deelnemer
Wie is het, wat loopt er vast en wat wil hij dat er verandert? Een leidinggevende die gesprekken uit de weg gaat, een medewerker die presenteren spannend vindt, een team dat langs elkaar heen werkt. Beschrijf die situatie, en de lezer herkent zichzelf in de eerste zin. Pas daarna het programma, als bewijs dat je weet hoe je hem daar brengt.
Concreet in plaats van groots
“Beter communiceren” zegt niets. “Na twee dagen voer je een lastig gesprek zonder het uit te stellen en zonder dat het escaleert” zegt alles. Wees concreet over wat iemand kan na afloop, en wees eerlijk over wat een training niet doet: gedrag verandert niet in twee dagen, en dat mag je zeggen. Meer hierover lees je bij een training verkopen die de klant nog niet kan beoordelen.




















