Wanneer pas je kerning aan?
Op drie momenten: bij een logo, bij een kop die groot wordt afgebeeld, en bij een woord dat helemaal uit hoofdletters bestaat.
In alle andere gevallen laat je het met rust. Lopende tekst hoort onaangeroerd te blijven, hoe verleidelijk het ook is om er iets aan te sleutelen.
De vuistregel die ik zelf aanhoud: hoe groter en hoe belangrijker de letters, hoe eerder je kijkt. Wat kerning precies is, lees je bij kerning.

De drie momenten waarop het loont
Een logo is het duidelijkste geval. Dat zijn een paar letters die je duizenden keren laat zien, vaak groot, en meestal als eerste wat iemand van je ziet. Daar valt elke scheve tussenruimte op.
Grote koppen zijn het tweede geval. Boven de dertig pixels beginnen paren als VA, To en Ay gaten te trekken die je op zestien pixels nooit had gezien.
Hoe je ziet dat het nodig is
Zet de tekst op zijn kop, of knijp je ogen half dicht. Zodra je de woorden niet meer leest, zie je alleen nog ruimte, en dan springt een gat er meteen uit.
Werkt dat niet, print het dan op ware grootte. Op papier zie je ritme sneller dan op een scherm.
Wanneer je er vanaf blijft
Bij alles wat een bezoeker daadwerkelijk zit te lezen. Je oog leest woorden als vorm, en zodra jij aan die vorm gaat sleutelen leest het trager.
Ook bij tekst die uit een systeem komt, zoals productnamen of formulierlabels. Die kun je niet per letterpaar bijhouden, dus daar heeft handwerk geen zin. Meer daarover lees je bij typografie.
Mijn vuistregels
- Onder de dertig pixels: niet kijken, niet aanpassen.
- Boven de dertig pixels: één keer scannen op VA, To, Ay en LT.
- Hoofdletters: eerst tracking proberen, dat lost negen van de tien gevallen op.
- Logo: per letterpaar, en daarna nooit meer aankomen.
Die laatste regel is belangrijker dan hij klinkt. Een logo dat elke keer opnieuw wordt nagelopen, wordt elke keer nét iets anders.
Hoe je het aanpakt
Begin altijd bij het lettertype zelf. Vallen er in een kop meerdere gaten, dan is de kerningtabel van dat lettertype gewoon mager en ben je met handwerk aan het dweilen. Meer daarover lees je bij font.
Klopt het lettertype wel, dan corrigeer je alleen de paren die echt storen. Twee of drie per logo is normaal, tien is een teken dat je het verkeerde lettertype hebt.
En hoe je het vastlegt
Zodra het klopt, sla je het op als vectorbestand. Dan liggen de posities vast en kan geen enkele browser er nog iets anders van maken. Meer daarover lees je bij svg.
Lever daarnaast één versie in kleur en één in zwart, zodat niemand later zelf gaat lopen aanpassen.