Hoe test je welke call-to-action beter werkt?
Door twee versies naast elkaar te tonen en te meten wat er uiteindelijk uitkomt. Niet hoeveel mensen klikken, maar hoeveel er iets aanvragen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een vagere knoptekst levert vaak méér klikken op en minder aanvragen, omdat mensen klikken zonder te weten waar ze terechtkomen.
Heb je te weinig bezoekers voor een echte test, dan zijn er eenvoudiger manieren.

Met een echte test
Toon de helft van je bezoekers versie A en de andere helft versie B, en laat het lopen tot je genoeg aanvragen hebt.
Reken op enkele honderden conversies per versie. Bij de meeste bedrijfssites is dat niet haalbaar. Meer daarover lees je bij hoeveel bezoekers heb je nodig voor een A/B-test.
Zonder genoeg verkeer
Verander één ding en vergelijk een maand met de maand ervoor. Dat is geen zuivere test, maar bij een duidelijk verschil zie je het wel.
Let dan op seizoensinvloeden en op campagnes die in één van beide maanden liepen.
Wat je meet
Aanvragen, telefoontjes of bestellingen. Klikken op de knop is een tussenstap en geen doel.
Meet je alleen klikken, dan kies je misschien de versie die het meeste verkeer naar een formulier stuurt dat vervolgens niemand invult.
Mijn vuistregels
- Test de tekst eerst; daar zit de meeste winst.
- Meet op aanvragen, niet op klikken.
- Verander één ding tegelijk.
- Laat een test minstens twee volle weken lopen.
Die laatste voorkomt dat je conclusies trekt uit een toevallig goede week.
Wat je kunt testen
In volgorde van opbrengst: de tekst, de plek, de grootte, en pas daarna de kleur. Die volgorde is bijna altijd hetzelfde.
Meer over die laatste lees je bij werkt de kleur van een knop echt.
Kijken in plaats van testen
Met een opnamefunctie zie je of mensen je knop überhaupt bereiken. Scrollt niemand tot daar, dan is de tekst niet je probleem maar de plek.
Dat kost een middag en levert vaak meer op dan een test van een maand. Meer daarover lees je bij conversie.